Bodem en water 2018-02-06T17:00:58+00:00

De ondergrond: natte voeten en klei aan je schoenen

Het landgoed Sterkenburg ligt op de grens van de Heuvelrug en de Kromme Rijn.  Wie van de Gooijerdijk naar de Kromme Rijn wandelt, zal merken dat de grond steeds minder zandig wordt en er steeds meer kleihompen aan zijn of haar schoenen blijven kleven.

Van zand naar klei

Tussen de Gooijerdijk en de Langbroekerwetering gaat de Utrechtse Heuvelrug geleidelijk over in het rivierkleigebied. Eerst ligt het dekzand nog dicht aan de oppervlak en is de bodem vrij zandig. Er zijn hier verschillende bodemtypen te vinden:
● Podzolen (bodem op arme zandgronden die uit verschillende lagen bestaat. De toplaag is donker en bevat veel humus, daaronder zit een bleekgrijze ‘uitspoelingslaag’, daaronder een donkere ‘inspoelingslaag’ en daaronder de oorspronkelijke dekzandlaag.
● Eerdgronden (bodems met een dikke organische toplaag).
● Vaaggronden (zandbodems zonder duidelijke bodemontwikkeling).
Op weg naar het zuiden wordt de grond steeds kleiiger, op den duur is de klei zo zwaar dat je voeten er zich bij nat weer in vastzuigen. De bodem bestaat hier uit ‘poldervaaggronden’: jonge, kleiige, weinig ontwikkelde bodems.
Alleen bij kasteel Sterkenburg is de grond lokaal iets zandiger, doordat hier vlak onder het oppervlak een ‘tong’ dekzand ligt. Ook dicht langs de Kromme Rijn is de grond iets zandiger: hier liggen restanten van oeverwallen. Deze combinatie van klei en zand wordt ‘zavel’ genoemd.

Steeds natter

Wandelaars lopen op hun route ook kans op natte voeten,  vooral tussen de Gooijerdijk en de Langbroekerwetering (‘Klein Sterkenburg’). Dat komt vooral door kwelwater: water dat onder druk uit de bodem omhoog komt. Het water is afkomstig uit de hoger gelegen stuwwallen, waar het soms tientallen tot honderden jaren geleden als regen viel. Tijdens zijn reis door de ondergrond veranderde het water van samenstelling: vergeleken met regenwater is kwelwater voedselarm en bevat het vrij veel kalk en ijzer.

Kwelwater herken je vaak aan roestkleuring (door ijzer) en op olie lijkende laagjes op het water (door bacteriën). Juist in deze ‘kwelzones’ komen bijzondere planten en dieren voor, zoals veldrus en waterviolier. Op veel plaatsen wordt kwelwater snel afgevoerd, omdat de landbouw er last heeft van als de velden te nat zijn. Via de Langbroekerwetering loopt het water naar de Kromme Rijn.
Sinds veel landbouwgebieden in de regio zijn omgevormd tot natuurgraslanden, is het waterbeheer lokaal veranderd. In ‘Klein Sterkenburg’ bijvoorbeeld zijn extra sloten gegraven om het water vast te houden. In de wintermaanden is de grond daar regelmatig zompig tot drijfnat.