IJs, wind en water 2018-02-06T13:48:50+00:00

De werking van ijs, wind en water

Sterkenburg ligt in het Langbroekerweteringgebied, op de grens van de Utrechtse Heuvelrug en de Kromme Rijn. Het is een rustiek gebied met landgoederen, kastelen, bossen, natuurgraslanden en historische dorpen. Maar in een ver verleden heersten hier woeste omstandigheden.
Huizenhoge gletsjers, kolkend smeltwater, gure poolwinden en bochtige rivieren kneedden de contouren van het huidige landschap.

Figuur: Dwarsdoorsnede van stuwwal tot Kromme Rijn, met Sterkenburg op de overgang hiervan

Utrechtse Heuvelrug

Toen de Utrechtse Heuvelrug werd geboren was het ijskoud in Nederland. Het was in de voorlaatste ijstijd, zo’n 150.000 jaar geleden. Vanuit Scandinavië ‘stroomde’ een honderden meter dikke, stroperige ijsmassa over Utrecht heen. De ijsmassa stuwde als een reuzenshovel de ondergrond opzij en voor zich uit tot heuvels: stuwwallen. Deze vormen nu een gordel  van bosrijke heuvels op de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. Onder het ijs zelf ontstonden een diep dal: de huidige Gelderse vallei. Je kunt dit vergelijken met een voetstap die je in de modder zet: onder je zool ontstaat een kuil en langs de randen komt de drab omhoog.

Nadat de ijskap zich terug trok, brak een warmere periode aan. Maar al snel daalde de temperatuur opnieuw: de laatste ijstijd, het Weichselien, begon. In die laatste ijstijd bereikte het ijs Nederland niet maar er heerste wel een poolklimaat. Veel zeewater was vastgelegd in landijs en de Noordzee lag grotendeels droog. Het moet een gigantische steppe zijn geweest, begroeid met wat mossen, gras en een enkele poolwilg. Gure winden joegen massaal zand landinwaarts en legde het als een deken neer over het landschap. Zo ontstonden ‘dekzanden’, die als gordels rondom de stuwwallen bleven liggen.

De Kromme Rijn

Vergeleken met de stuwwallen, is de Kromme Rijn nog maar jong. Ongeveer vierduizend jaar geleden begon deze riviertak zich te ontwikkelen tot de belangrijkste hoofdstroom van de Rijn.
De rivier baande zich in een brede bedding in grote bochten een weg naar zee. Bij hoog water trad de rivier buiten haar oevers en overstroomde het nabijgelegen gebied. Dichtbij de rivierbedding, waar de snelheid van het overstromende rivierwater nog groot was, bleef het grove meegevoerde materiaal achter. Hierdoor ontstonden dichtbij de rivierbedding zandige wallen, de oeverwallen. Ze bestaan vaak uit zavel: een combinatie van klei en zand. Verder van de rivierbedding nam de stroomsnelheid van het water af waardoor ook fijner materiaal kon bezinken. Dit is zware rivierklei.

In de laagst gelegen delen van het landschap, de kommen, bleef het water na een overstroming het langst staan. Hier ontwikkelden zich moerassen op de kleigrond.
Ruim 1000 jaar geleden begon de Kromme Rijn te ‘verzanden’. Daarop gaf Godebald, bisschop van Utrecht, in 1122 de opdracht om de Kromme Rijn af te dammen bij Wijk bij Duurstede, zodat het meeste Rijnwater via de Lek ging stromen. Sindsdien is de invloed van de Kromme Rijn op de ontwikkeling van het landschap afgenomen.

Invloed op het huidige landschap

Al zijn de oerkrachten van ijs, wind en water geluwd, het landschap rondom Sterkenburg is er nog steeds door getekend.  Het ijs en de rivieren bepaalden de grondsoorten, de natuurlijke waterhuishouding en de manier waarop het gebied werd ontgonnen.  Op andere pagina’s is hierover meer te lezen.