Kasteelbos 2018-02-06T17:38:08+00:00

Het kasteelbos

Statige lanen met oeroude bomen, historisch hakhout, een voedselrijke ondergroei van bramen en brandnetels, geklop van spechten tegen het hout, het geluid van buizerds in de lucht … Het is kenmerkend voor het kasteelbos dat eind 18e werd aangelegd.

Aanleg

Het kasteelbos of kasteelpark is eind 18e eeuw aangelegd als tuinpark, volgens de toentertijd geïdealiseerde visie op landgoederen en tuinen. Deze ‘Franse’ landschapsstijl hield in dat er strakke geometrische patronen werden gecreëerd. Verder werd er een centrale zichtas aangelegd, die vanaf het kasteel door het tuinpark richting Kromme Rijn liep. Latere eigenaren en bewoners hebben de tuin en het park sterk veranderd. In de loop van de 19e eeuw kwam de ‘Engelse’ landschapsstijl in de mode. Men wilde liever een ‘verlandschappelijking’ van het landgoed met natuurlijkere vormen van paden en watergangen en afwisseling in de soorten begroeiïng. Ook de zichtas werd sterk verbreed; als een glooiende ‘zichtweide’, omgeven door bos met golvende contouren.

Soorten

Als gevolg van al dit handelen vind je in het bos uiteenlopende boom- en struiksoorten zoals eik, beuk, es, linde, els, iep en wilg. Ook groeit er hakhout van essen- en wilgen. Dit is altijd een belangrijke bosbouwactiviteit in deze contreien. Het geoogste hout werd niet alleen gebruikt als brandstof, maar was ook uitstekend geschikt voor het maken van gereedschapsstelen, wagenwielen en andere producten.
Als opslag (de jonge bomen en struiken) kent het kasteelbos vooral hazelaar, Zwarte els, sleedoorn, meidoorn, vlier en ook vogelkers en populier. In de loop der tijd is er een voedselrijke ondergroei ontstaan van braam, brandnetel en verschillende varensoorten.

Al met al vormt het kasteelpark een fijne biotoop voor allerlei planten, zwamsoorten, insecten en dieren. Veelvoorkomende kruidensoorten zijn hondsdraf, knikkend nagelkruid en pinksterbloem. De variëteit aan bomen trekt ook verschillende galwespen aan, te herkennen aan onder andere de knoppergal en de satijnen knoopjesgal). Omdat het een vrij nat bosgebied is zijn er uiteenlopende insecten en bijbehorende insecteneters. Zangvogels en spechten vinden er voedsel en broedgelegenheid. Maar ook vleermuizen en andere zoogdieren leven in en rondom het bos. Zo is er al eens een boommarter met jongen betrapt dankzij een camera-val.

De zichtweide ligt midden in het kasteelpark. Dit grasland werd tot circa 2004 agrarisch gebruikt en kreeg daarna de bestemming ‘natuur’. Daarvoor werd de voedselrijke bovenlaag in delen van het grasland afgegraven, met als doel de soortenrijkdom te vergroten.
Anno 2016 domineert in het grasland de gestreepte witbol, maar in de taluds van de sloten vestigen zich hier en daar wat soorten van vochtige schrale bodem zoals bosveldkers, kruipganzerik en moerasmuur. Er staat ook vrij veel pitrus.
Wat betreft de fauna zijn er vrij veel watersoorten in het gebied aangetroffen, waaronder groene kikkers, libellen (oa azuurwaterjuffer, Bruine winterjuf, Grote keizerlibel, paardenbijter en platbuik).

Beheer

Het bosbeheer bestaat vooral uit het uitdunnen van (hakhout)bomen en het verwijderen van Amerikaanse vogelkers. De zichtweide wordt regelmatig gemaaid.