De bewoners2018-02-07T16:56:07+00:00

Eeuwenlange bewoningsgeschiedenis

Kasteel Sterkenburg heeft een lange historie en werd bewoond door vele families. Als de eeuwenoude muren zouden kunnen praten, zouden zij vertellen over tijden van geluk en onheil en over perioden van opbouw en verval.

De eerste bewoners

Om de eerste bewoners te leren kennen, moeten we terug naar de 13e eeuw. Volgens de overlevering is ridder Gijsbrecht van Wulven, één van de heren uit een rijke familie die vele ridderhofsteden in de omgeving stichtte, begonnen met de bouw van Sterkenburg. Het kasteel moest dienen om het Langbroek te verdedigen: een moerasbos gelegen tussen de stroomruggen van de Kromme Rijn en de Utrechtse Heuvelrug.

In 1261 werd er voor het eerst officieel melding gemaakt van het kasteel. In dat jaar kreeg het graafschap Zutphen het “Castrum Langebruch” (ofwel burcht in het Langbroek) in leen van de bisschop. De landerijen bleven in bezit van de bisschop. De kleinzoon van Gijsbrecht, Ernst van Sterkenburg, werd begin 14e eeuw de eerste heer van Sterkenburg.

Eind van het geslacht Sterkenburg

Het geslacht Van Sterkenburg stierf in de vijftiende eeuw uit. De laatste ‘van Sterkenburg’ was Catharina, die bij haar huwelijk met Wouter van Isendoorn het kasteel van haar vader kreeg.
Hun achterkleindochter Mechteld trouwde in 1564 met de machtige Gelderse edelman Reinier van Aeswijn. Van Aeswijn was onder meer burgemeester van Utrecht en lid van de Raad van State en ondertekende in 1579 als één van de edelen de Unie van Utrecht. In de geschiedenis van Sterkenburg spreekt de familie Van Aeswijn met name tot de verbeelding vanwege de brute moord op Anthonis van Aeswijn, kleinzoon van Reinier. Anthonis werd in juni 1647 – enkele maanden na zijn huwelijk – onthoofd teruggevonden in het bos van Sterkenburg. Ondanks hoge beloningen is deze moord nooit opgehelderd. Volgens de verhalen doolt zijn rusteloze ziel nog altijd rond op het landgoed.

Overgang naar de familie Mamuchet

De weduwe van Antonis van Aeswijn was zwanger en baarde een dochter Antonetta, die Sterkenburg erfde. In 1666 gaf Antonetta haar jawoord aan de Hollandse edelman Gijsbrecht van Mathenesse. Maar de familie werd geteisterd door onheil. Binnen enkele jaren overleden hun eerste twee kinderen, waarna ook Antonetta en Gijsbrecht hun laatste adem uitbliezen. Na enige erfenisperikelen en nog meer overlijdens kwam Sterkenburg in 1681 in handen van Florentina van Mathenesse. Die verkocht de ridderhofstad wegens schulden in 1725 aan Catharina van Heusden, ten behoeve van haar zoon Jan Frederik Mamuchet van Houdringe.  De familie Mamuchet kwam oorspronkelijk uit Henegouwen. Het was een rijke familie, die naast Sterkenburg ook kasteel Houdringe bij De Bilt in bezit had. Omstreeks 1730 liet Jan Frederik Sterkenburg verbouwen en kreeg het kasteel in grote lijnen zijn huidige basisvorm.

Van Westrenen

In 1740 kwam Sterkenburg in handen van de zus van Jan Frederik, Johanna Catharina. Zij was getrouwd met Jan Jacob van Westrenen. Vanaf dat moment zou het kasteel tot in de negentiende eeuw in het bezit blijven van de familie Van Westrenen.  Voor de meeste familieleden die het kasteel erfden was het kasteel een buitenplaats, die zij aanhielden naast huizen in de Utrechtse binnenstad.

Bloeiperiode Sterkenburg (1787-1851)

In 1841 werd Sterkenburg verhuurd aan de weduwe Johanna Maria Kneppelhout-de Gijselaar. Zeven jaar later kocht haar zoon Cees (broer van de bekende letterkundige Johannes Kneppelhout) het kasteel.
Cees liet het huis nog in datzelfde jaar ingrijpend verbouwen door de architect Nicolaas Kamperdijk, die het kasteel zijn huidige uiterlijk gaf. Een gedenksteen naast de hoofdentree van het kasteel herinnert aan deze mijlpaal in de geschiedenis van Sterkenburg.
Ook voor de familie Kneppelhout was Sterkenburg aanvankelijk vooral een buitenplaats: in de wintermaanden woonde de familie te Leiden, gedurende de zomermaanden vertoefde zij op het landgoed. In 1867 liet Cees aan de westzijde van het kasteel een vierkante toren bouwen met een voor die tijd moderne badkamer en waterhuishouding. Vanaf 1870 ging hij met zijn gezin en personeel permanent op Sterkenburg wonen. Tot omstreeks 1930 zou Sterkenburg nog door de familie Kneppelhout bewoond worden.

20e en 21e eeuw

Vanaf ongeveer 1930 brak een periode van verwaarlozing aan. In 1959 werd Sterkenburg verdeeld onder de erfgenamen van Kneppelhout, waaronder Anna Rutheria Steengracht van Oostcapelle-Kneppelhout en haar kinderen. In 1970 kwam het gehele landgoed in handen van de familie Steengracht.

In 1978 verkocht de familie Steengracht het kasteel met een deel van het landgoed (waaronder het westelijk koetshuis en de tuinmanswoning) aan Hendrik de Groot, die het kasteel in diverse wooneenheden splitste. In de jaren die daarop volgden zou Sterkenburg diverse woongroepen en individuele huurders huisvesten.  Na zijn overlijden liet de heer De Groot het kasteel na aan de door hem opgerichte Stichting “De Kiem”. Deze Stichting verkocht het ruim 5 hectare grote landgoed, met ridderhofstad, tuinmanswoning, afgebrand westelijk koetshuis, schuur, tuinmuren en de fundering van het oostelijk koetshuis in 2004 aan de huidige eigenaren van Sterkenburg. Het beheer van het kasteel en landgoed is in handen van de hiertoe opgerichte Stichting Behoud Sterkenburg. Kernactiviteit van de Stichting is het restaureren en in stand houden van de historische bouwwerken, park- en tuinornamenten, waterpartijen en de tot het landgoed behorende gronden.