Kasteelpark2018-02-07T17:07:32+00:00

Het kasteelpark

Wie bij Sterkenburg loopt, wandelt over rechte lanen tussen dubbele rijen eikenbomen en via kronkelige paden tussen dicht struikgewas.  Deze eeuwenoude structuren weerspiegelen verschillende ‘stijlen’ van parkaanleg in de geschiedenis.

Detail van de caarte van de ridderhofstad Sterkenburg (zoals aangelegd in de 17de eeuw), J. Broekhuizen 1739

Kaart van 1713

Dankzij de bekende Utrechtse landmeter Justus van Broeckhuijsen weten we hoe de Sterkenburg er begin 18e eeuw uit zag.  Op een kaart die hij in 1713 maakte is te zien dat de Langbroekerwetering de Sterkenburg in tweeën deelde. Aan de westkant werd de ridderhoofdstad begrensd door de huidige Broekweg en aan de oostkant door de Zuwe.
Sterkenburg was op verschillende manieren bereikbaar, zowel via land als via het water:
● De Bergsteeg (huidige Sterkenburgerlaan) en de Langbroekerdijk (huidige Langbroekerwetering) waren de belangrijkste toegangswegen. In die tijd was de Bergsteeg een zandpad, dat door aanplant van hoogopgaande bomen de allure kreeg van een laan.
● Een tweede toegangsweg liep via de Zuwe.
● Tenslotte kon Sterkenburg via het water van de Langbroekerwetering bereikt worden. De slotgracht was via een watergang direct verbonden met de wetering, zodat (kleinere) boten Sterkenburg konden bereiken.

Zichtas

De zicht- of middenas vormde een belangrijk thema in de tuinaanleg, waarbij hoofdhuis en tuin als het ware werden meegetrokken in het omringende landschap. Deze geïdealiseerde visie op de tuin
werd omstreeks 1600 voor het eerst ontwikkeld in Italië en vond, zoals gebruikelijk, spoedig zijn weg naar Frankrijk. De befaamde architect André Le Nôtre (1613-1700) paste zichtassen toe bij de kastelen van Vaux-le-Vicomte en Versailles.
Alle delen van het landgoed, zelfs het hoofdhuis, werden hiermee ondergeschikt aan een quasi oneindige vista die tot de horizon leek te reiken. Aan het eind van de zeventiende en in de achttiende eeuw zou deze vorm van tuinaanleg ook de Republiek zeer en vogue worden; het stabiele evenwicht van het classicisme werd hiermee verbonden met het idee van een onbegrensde, doorlopende ruimte.

Fragment van het Kadastraal minuutplan 1833 (opgemeten in 1829)

Parkaanleg in vakken

Begin 17e eeuw liet de toenmalige eigenaar Anthonis van Aeswijn een park aanleggen rondom Sterkenburg. Volgens de Franse landschapsstijl gebeurde dit volgens geometrische beginselen. Er werden rechthoekige vakken aangelegd, dwars op de cope-ontginningen en van elkaar gescheiden door paden en watergangen.  Van zuid naar noord werden vier percelen (respectievelijk met de namen Den Delcamp, Het Hoeve bos, Het Groot Vak en Melkboers Bos) beplant met hakhout.
In het vijfde vak lag een weide met een boomgaard, die van het hakhout was afgeschermd met een galerij (of berceau). Het zesde vak bevatte het kasteel met het voorplein en de slotgracht, een boomgaard en een watergang (‘vijver’), een weiland en de oprijlaan.
Vanaf het kasteel liep een centrale zichtlijn naar het zuiden, naar het hart van de geometrische tuinaanleg (“Den Hof” genaamd).  Deze zichtlijn werd in de 18 eeuw verlengd.

Ontwikkeling van park in 18e en 19e eeuw

Nadat Sterkenburg in de tweede helft van de 18e eeuw een buitenplaats werd van het Utrechtse geslacht Van Westrenen, werd het kasteel ingrijpend veranderd, naar de toen heersende smaak. De Van Westrenens gaven bovendien de aanzet voor de transformatie van het toenmalige strakke en formele park naar een landschapspark in de Engelse landschapsstijl (die in zwang raakte).  Vooral het echtpaar Anna Maria Cornelia van Westrenen en Pieter Anthony Hinlópen (1780-1849) heeft zijn stempel hierop gedrukt.
Het park werd aangelegd naar een ontwerp van Hendrik van Lunteren (1780-1848), één van de meest prominente landschapsarchitecten uit de Nederlandse geschiedenis. Hierbij werd de rechte oprijlaan verlegd naar de huidige, afbuigende dreef werden slingerende wandelpaden aangelegd en werd ook de vijver in een meer ‘organische’ vorm uitgegraven.
Er werden slingerende paden aangelegd, de vijver werd in een meer organische vorm uitgegraven en de rechte oprijlaan werd verlegd naar de huidige, afbuigende dreef. Verder werd er een akker aangelegd,ongeveer op de plek van de huidige moestuin. Het oudste deel van de huidige moestuin (en wellicht ook de broeikas) dateert dus al uit de 19e eeuw.  Verder plantte men hagen aan, waarschijnlijk om de moestuin aan het oog te ontrekken, en werden enkele waterlopen veranderd.

Nog steeds herkenbaar

Deze zeventiende eeuwse geometrische structuur is nog steeds herkenbaar in de hoofdstructuur van Sterkenburg. Het rechthoekige patroon met dwarslanen en –paden verdeelt het bos nog steeds in (grotendeels) rechthoekige percelen. Ook de zichtlijn is nog duidelijk te zien . Ook liggen er nog steeds een boomgaard en een (historische) moestuin.